Pelgrimskistjes

pelgrimskistjes02Artikel in de Ster, Maastricht, vrijdag 19 juni 2009

DoodLeven! The Making of...

Atelier Paul Tieman maakte een bonte mengeling van kunstenaars, toneelspelers, geestelijken, vertellers, muzikanten en poëten enthousiast om een bijdrage te leveren aan het project DoodLeven! van Zicht op Maastricht. Een aantal van hen is vertegenwoordigd in de Hoofdwacht. Anderen geven op diverse, vaak unieke locaties betekenis aan het thema. In de Ster brengen we enkele van hen voor het voetlicht. Dit keer kunstenares Tonie van Marle.

 

Tonie van Marle, kunst met kistjes 

Intrigerend zijn ze, de donkergelakte pelgrimskistjes van Tonie van Marle op de eerste verdieping van de Hoofdwacht. Ze roepen vragen op. Wat zit er achter dat spiegelende glas? Wat doen die schoenleesten daar? En die slakkenhuisjes? Vaak is het over kunst moeilijk schrijven: het werk vertelt immers zijn eigen verhaal en iedereen interpreteert dat verhaal op zijn eigen manier. De Tonie van Marle-kistjes kunnen een handvol uitleg goed verdragen. Het verhaal erachter vertellen maakt hen er niet minder intrigerend om.

"Kistjes zijn voor mij een mogelijkheid om een wereld te creëren die begrensd is", zegt Van Marle, die Amsterdam als uitvalsbasis heeft, maar die nationaal en internationaal aan de weg timmert. Drie jaar geleden kwam er vanuit Drenthe een oproep om mee te doen met een in memoriam-tentoonstelling. "Een archeoloog vond onder het koor in een kerk een graf met 153 kinderen. Met de tentoonstelling wilde een kunstenaarscollectief die gestorvenen herdenken. Elke kunstenaar zou daartoe drie op elkaar gestapelde kistjes maken. Dat was voor mij Gefundenes Fressen, omdat ik al zoveel met kistjes deed. Naar aanleiding van het kunstwerk dat ik in Drenthe tentoonstelde, vroeg Paul Tieman me om mee te doen met DoodLeven!"

pelgrimskistjes01Net als in Drenthe stuitte Van Marle in Maastricht op een groot grafveld met anonieme gestorvenen. "Onder het Vrijthof lag een begraafplaats voor onbekenden: bedevaartgangers die van heinde en verre naar de stad van de Heilige Servatius kwamen en die om onbekende redenen hier aan hun einde kwamen. Ik wilde een eerbetoon maken voor deze mensen die in alle eenzaamheid stierven. En die er zoveel voor over hadden gehad om een pelgrimstocht te ondernemen. Zeven kistjes heb ik gemaakt, omdat zeven zo'n krachtig, heilig getal is. De kistjes zijn verschillend van formaat, met het oog op de lengte van de gestorvenen."

Voor de vulling van de kistjes is de kunstenares zich gaan verdiepen in aspecten van de pelgrimstochten. Je maakt een lange tocht en je doet dat te voet... "Ik heb in mijn atelier een grote verzameling spullen, gebruikte voorwerpen, die ik verwerk in mijn creaties. Zo heb ik een heleboel schoenleesten. Die verwijzen naar wandelen, naar lopen. Het mooie is, dat je die leesten uit elkaar kunt halen. Als je de twee delen naast elkaar zet, krijg je de illusie van een gezicht. Optische lenzen doen in de pelgrimskistjes dienst als ogen. Ogen zijn op hun beurt de lenzen van de ziel." Een witte, zijdeachtige mijter als tedere kussentjes voor de pelgrims en een sleutel verwijzen naar de heilige Servatius. Spijlen van oude stoelen spelen de rol van pelgrimsstaf.

Van Marle trekt bij het verwerken van zo'n geschiedkundig onderwerp graag lijnen naar de moderne tijd, waarmee ze ook beantwoordt aan één van de basisgedachten van Zicht op Maastricht: het verleden laten léven in het heden. "Er zijn nog steeds mensen die op bedevaart gaan, om heel verschillende redenen. De glanzende zwarte lak op de kistjes is een verwijzing naar de Ka'aba in Mekka waar jaarlijks miljoenen moslims heen trekken. De slakkenhuisjes verwijzen naar het symbool van Jacobus, de Jacobschelp. Steeds meer mensen maken de tocht naar Santiago de Compostella, de stad waar deze heilige wordt geëerd. Het tempo dat de pelgrims daarbij aanhouden, is... een slakkengangetje."